
Taart en dooien.
Het beoogde stuk begint dankzij een niet te stuiten fantasie op een aflevering van de soprano's te lijken. Maar dan anders. En op een eiland. Wat een verknipt zooitje. Je zal er maar tegenover wonen. Aan de andere kant. Zoals die buurvrouw met die kippen. Die tijdens een vlaag van agressie wel eens een kip vermoord. Samen met de overbuurman. Blijft het bij die kip? Gaat moeder in de pan? En waar komt al die drang tot moorden opeens vandaan. Wat hebben al die mensen toch ooit gedaan om dat te verdienen. Ik zie steeds die Iljietsch Iljietsky voor me die de trap op loopt. Een donkere trap. Donker van het vuil. Met in zijn hand een bijl. Waarmee hij een bladzijde later twee dames het leven uitslaat. Dostojewski beschrijft allemaal in zijn boek misdaad en straf. Of Elektra die op het hoogtepunt van de gelijknamige opera gilt "Ich hab im das beil nicht geben kunnen"Of zoiets germaans. Ik ben blij dat ik geen buurman ben van deze familie. Alhoewel volgens mij woont de wederopgestane Herk tegenover mij. Heel anoniem. In een dubbel bovenhuis wat hij voor teveel geld huurt. Met plakkerige kleding. En plakkerig haar. En een tv waarin hij woont. Zittend op de grond. En een etage vol tasjes. Anonieme tasjes van de chinees.