1 mei 2010

Zaterdagvoetbal

Een amateur heeft lief,
houdt van,
wil niet zonder,
zal ook haten,
weg willen lopen,
misselijk worden van narigheid,
maar altijd liefhebben.

Een penningmeester houdt van penningen,
houdt van zijn kas,
vooral als er flink wat in zit,
dat maakt zijn leven soepel,
prettig, zo van hier jij ook wat, er is genoeg.
Maar als de poet op is en er moet van alles geritseld, gebedeld en geschoven worden,
dan is de penningmeester geen liefhebber meer,
dan moet de penningmeester meester zijn
ik ken dan ook geen amateur-penningmeesters,
de penningmeesters die ik ken zijn meesters, het moeten ook meesters zijn, beter dan ik, beter dan een liefhebber, beter met de penning.

Poepen van narigheid als je van toneel droomt of de bühne op moet, en spelen als de mooiste, beste, leukste,
die combinatie bestaat, ik ken het,
ik heb het gezien en het was echt,
en ik had het lief.

Zaterdagvoetbal,
regen en wind,
vorst met hagelsteentjes die in je ogen schieten,
mooi weer en dan een gortdroog veld,
nooit promoveren omdat je altijd verliest,
nooit de betere zijn,
maar je gaat elke dinsdag naar de training,
elke zaterdag naar een verwachtingsvol veld,
elk week weer,
moe, chagrijnig, geen zin, hoofdpijn, kind ziek,
vrouw ervandoor die moet ik nu zoeken, eisende baas rot op joh ik moet voetballeh,
auto kapot, boekhouding nog doen,
niets weerhoudt de liefhebber,
de amateur,
de voetballer die geen ster is,
maar de man is die wil voetballen,
niets houdt hem tegen, want hij is liefhebber.

marx warmerdam